Verhalen in de zorg
Persona fictieve verhalen die cliënten een herkenbaar gezicht geven

Judith de Vries is mantelzorger

Ik ben Judith de Vries en ben 55 jaar. Ik ben getrouwd met Herman en we hebben een zoon van 22 en een dochter van 19. Alleen onze dochter woont nog thuis. Vier dagen per week werk ik als bedrijfsleider bij een supermarkt. Daarnaast ben ik mantelzorger voor Herman. Hij heeft vroegdementie en leeft sinds een half jaar in een kleinschalige woongroep in Laarhof.

Ik heb Herman langzaam zien veranderen. Hij kreeg last van stemmingswisselingen, had moeite om nieuwe informatie te verwerken en verloor het overzicht in drukke situaties. Wij dachten dat hij overspannen was, maar er bleek meer aan de hand. In 2010 is Herman gestopt met zijn baan als logistiek planner. Toen hij pas thuis was, kookte hij en verzorgde het huishouden. Wat me opviel, was dat hij me steeds vaker belde als ik op mijn werk was. Dan wist hij niet meer waar de vuilniszakken lagen of was hij vergeten wat we die avond zouden eten. Op een gegeven moment bleef hij steeds meer op de bank zitten tv kijken en kwam er weinig meer uit zijn handen. Alleen het lopen met de hond, dat bleef hij doen. Want lichamelijk had hij nog genoeg energie.

Wandelen met de hond

Dat wandelen heeft uiteindelijk voor een omkering gezorgd. Ik dacht nog steeds dat het thuis wel ging ook al was hij ’s nachts erg onrustig en vergat hij steeds meer dingen. Het was midden in de winter toen hij zonder jas een wandeling met de hond ging maken en de weg kwijt raakte. Toen we hem uiteindelijk vonden, was hij ernstig onderkoeld en verward en is hij naar het ziekenhuis gebracht. Daar in het ziekenhuis hebben we gesprekken gehad over een opname in een verpleeghuis. Ik was verbijsterd bij het idee dat ik mijn man van 58 jaar achter moest laten bij mensen van boven de 80. Ik voelde me schuldig en verdrietig tegelijk. Ook omdat ik het Herman niet kon uitleggen. Die eerste maandenwaren pittig. Herman begreep niet dat hij in Laarhof woonde en vroeg steeds wanneer hij naar huis ging. Ik moest er erg aan wennen dat de kleinschalige groepswoning nu Herman’s plek was.

Boterhammen met kaas

Gelukkig ben ik goed opgevangen door de medewerkers en kon ik met al m’n vragen bij hen terecht. Ook heb ik veel gehad aan de gesprekken met de maatschappelijk werker van Laarhof. Die gesprekken hebben mij echt geholpen om mijn verdriet, onmacht en schuldgevoel te verwerken. Wat me ook goed heeft gedaan is met de medewerkers praten over wat voor Herman kwaliteit van leven is.Dat hebben we samen beschreven in het zorgleefplan. Ik herken Herman daar helemaal in en vind het fijn dat ik dat voor hem kan doen. Zo heb ik bijvoorbeeld aangegeven dat Herman gewend is om ’s avonds vier boterhammen met kaas te eten en dat hij graag voor het slapengaan even een ommetje maakt. Zo kan hij voor een deel zijn vertrouwde ritme houden. Waar ik blij van word, is dat de medewerkers Herman in de eerste plaats zien als een medemens die van betekenis is en die mogelijkheden heeft. Dat heeft mij geholpen om zelf ook anders te kijken: veel meer naar wat hij nog allemaal kan en waar hij plezier aan beleeft. Nu ga ik meestal na mijn werk even bij Herman langs.

Pianospelen

We zijn allebei rustiger geworden. Herman voelt zich thuis in de groepswoning en doet de dingen die hij fijn vindt. Zo speelt hij piano bij de zangclub, zwemt iedere dinsdagmiddag en gaat regelmatig wandelen met zijn huisgenoten. Ook is hij lid van verschillende clubs: van de ‘jonge van dagenclub’ tot de natuurvereniging en de creatieve groep. Het is fijn dat hij hier veel kan rondlopen in een veilige omgeving. Zowel binnen als buiten is daar volop ruimte voor. En doordat alles op de begane grond is, is het voor Herman gemakkelijker om overzicht te houden. Wat ook heel goed werkt, is de biodynamische verlichting in Laarhof. Dat zorgt ervoor dat Herman z’n dag-nachtritme verbeterd is en dat hij ’s nachts veel rustiger slaapt. Ik merk dat hij hier op zijn plek is en dat het leven in de kleinschalige woongroep hem goed doet. De bewoners en hun naasten vormen een soort familie en hebben oog en oor voor elkaar.

Samen op de bank tv kijken

Zelf voel ik me hier altijd welkom en dat is fijn. Ik help dan een beetje in het huis, schenk een kopje koffie in, ruim een kastje van Herman op, naai een knoop aan zijn overhemd of knip zijn nagels. Zo kan ik toch nog voor hem zorgen. Zaterdag of zondag haal ik Herman op. Hij is blij als ik kom en alshij thuis is, lijkt alles weer vertrouwd. We zitten samen op de bank, kijken tv, maken een wandeling en ik kook eten wat Herman lekker vindt. Een hartige taart of lasagne met zalm en spinazie, daar is hij dol op. Zelf voel ik mij de laatste maanden weer wat beter. Er is een last van mijn schouders gevallen en ik kan weer een beetje mijn eigen leven oppakken. Zo ben ik laatst weer begonnen met yogalessen en ga ik soms met een vriendin naar het theater of naar de film. Ik kan zeggen dat het leven van ons beiden weer kleur heeft gekregen sinds Herman in Laarhof woont. We kunnen samen weer genieten.

  

Judith de Vries is een persona, oftewel een fictief figuur. Haar verhaal heb ik samen met zorgmedewerkers geformuleerd om mantelzorgers een herkenbaar gezicht te geven. Dit verhaal is geschreven in opdracht van Coloriet Laarhof: een woonzorgcentrum waar mensen met dementie wonen zoals thuis. 

Terug
Delen

De kracht van verhalen

Op het werk, in de supermarkt en bij het kampvuur vertellen we elkaar verhalen. Zo raken onze levens aan elkaar. Groots en meeslepend of schijnbaar eenvoudig en alledaags. 

Ontdek waarom verhalen zo krachtig zijn....

-->